Artikelen

Van ontwerpeisen naar ontwerpmodel: een praktische toepassing

Van ontwerpeisen naar ontwerpmodel: een praktische toepassing

Vanwege de veranderende vraag vanuit het werkveld en de opkomst van nieuwe technologieën was een onderwijsvernieuwing voor de Associate degree Tourism Management van Breda University of Applied Sciences noodzakelijk. Om een soepele doorstroom naar de bachelor te waarborgen, werden programmatisch toetsen en project-based learning als essentiële pijlers vastgesteld. Daarnaast was er een sterke behoefte aan praktijkgericht onderwijs en een betere aansluiting op de instroom vanuit het mbo, zowel vanuit studenten als docenten. Maar hoe zijn deze uitgangspunten concreet verwerkt in het ontwerpproces en vertaald naar effectieve onderwijsinterventies? In dit artikel biedt gastauteur, docent toerisme en masterstudent Leren en Innoveren, Kerensa de Vaan, een diepgaande uiteenzetting.

Herontwerpen

De Associate degree Tourism Management (Ad TM) wordt sinds 2006 aangeboden. BUas (destijds bekend als de NHTV) biedt zo een verkort traject aan studenten die instromen vanuit de mbo 4-opleiding Travel & Hospitality en er al drie of vier jaar studeren op hebben zitten. De belangrijkste ambities bij de oprichting in 2006 waren het zo snel mogelijk opstarten van de opleiding en de mogelijkheid tot directe doorstroom in de Bachelor Tourism Management. De definiëring van een Associate degree en aansluiting op het mbo zijn bij de opzet niet in ogenschouw genomen. Het opleidingsteam ziet kansen om in het geheel vernieuwde curriculum scherper in te zetten op didactische vormen die beter aansluiten bij het Ad-profiel en meer aandacht te besteden aan de rol van verbinder die bij niveau 5 past. 

Bij het herontwerpen van het curriculum voor de Ad TM, is het belangrijk om voor ogen te hebben wat de belangrijkste doelen zijn. Vanuit een curriculum-analyse komen de volgende wensen voor de herontwikkeling naar voren:

  • Praktischer onderwijs waarbij de student, docent en werkveld samen laten leren en ontwikkelen 
  • Een onderscheidende Ad ten opzichte van de Bachelor
  • Betere aansluiting op de instromende mbo’ers

Uit een analyse van interne, externe en onderwijskundige ontwikkelingen zijn aanbevelingen voortgekomen. De groei van (de werkgelegenheid binnen) het toerisme biedt kansen om het onderwijs praktijkgerichter te maken. Volgens Van der Stel et al. (2021) zijn kennis, houding en vaardigheden de belangrijkste thema’s van het hoger onderwijs. Het ontwerpen biedt de kans om de benodigde vaardigheden voor een toekomstige Ad Tourism Professional te integreren in het onderwijs (figuur 2). 

Figuur 2 Vaardigheden voor de Ad professional (Markus, 2022)

Oriëntatie op ontwerpeisen

In de visievorming voor de Associate degree Tourism Management (Ad) is het sociaal-constructivisme als belangrijkste leertheorie geïdentificeerd. Door passende ontwerpeisen te formuleren, ontstond er een richtlijn voor het ontwerpen en evalueren van het onderwijs. BUas past hierbij sociaal-constructivistische leertheorieën toe, met name samenwerkend leren en Project-based Learning (PBL).

Het sociaal-constructivisme schrijft voor dat we het leren moeten baseren op concrete ervaringen, liefst gemeenschappelijk. Maar ook dat het bespreken en analyseren ervan aanmoedigt tot het zien van verschillende perspectieven. Dit vraagt van de docent een meer coachende dan instructieve rol (Valcke, 2011).  

Samenwerkend leren benadrukt dat groepswerk bijdraagt aan kennisconstructie, metacognitie, sociale vaardigheden en motivatie. In lijn met de onderwijsvisie van BUas worden studenten, docenten en het werkveld actief betrokken in het leerproces. Bij PBL werken studenten aan authentieke problemen en vervult de docent een faciliterende rol. Deze theorie staat in dienst van de praktijk (methodisch handelen) en er wordt intensief samengewerkt met het werkveld. Zo worden probleemoplossende vaardigheden gestimuleerd, net als de samenwerking en communicatie—cruciale, toekomstgerichte competenties voor de Ad-professional.

Het streven naar praktijkgericht onderwijs vraagt om een ‘rijke leeromgeving’, ook wel Blended Learning genoemd door Last en Jongen (2021). Studenten passen hun kennis direct toe in een realistische werkomgeving, wat hen inzicht geeft in de dynamiek van het werkveld. Dit concept van ‘contextueel leren’ stimuleert actief leren, waarbij studenten via interactie en samenwerking met anderen kennis verwerven. PBL biedt effectieve werkvormen voor contextueel leren, waarin collaboratief leren studenten uitdaagt om verschillende perspectieven te onderzoeken en controle te nemen over het eigen leerproces.

Leerproces

Om de kloof tussen mbo- en hbo-onderwijs te overbruggen, moet het Ad-curriculum beter aansluiten op de leerbehoeften van mbo-studenten. Vooral in het begin van hun studie hebben zij baat bij structuur, effectieve instructie en duidelijke communicatie, wat hen voorbereidt op meer zelfsturend leren. Door middel van scaffolding wordt de begeleiding geleidelijk afgebouwd, waardoor studenten uiteindelijk zelfstandig leren sturen. Dit proces wordt ondersteund door effectieve leerstrategieën en een domein specifieke kennisbasis..

Om het leerproces te monitoren, zijn reflectie en feedback onmisbaar. De instrumenten helpen de voortgang te evalueren en bepalen of studenten klaar zijn voor de volgende stap in hun ontwikkeling. Zo focussen we op het leren van de student bij het ontwerpen van het onderwijs. Het programmatisch toetsen (PT) sluit daar goed bij aan.

Ontwerpeisen volgens CIMO-logica

De geformuleerde visie beoogt het ontwikkelen van een onderscheidend curriculum met praktijkgericht onderwijs en een betere aansluiting op de instromende mbo-student. Door ontwerpeisen op te stellen, komen we tot een ontwerpaanpak ter innovatie van het onderwijs. We creëren de beoogde opbrengsten aan de hand van de CIMO-logica. Het Mechanisme én de Outcomes zijn de ingrediënten voor de ontwerpeis. 

De ontwerpeisen zijn gericht op de Ad Tourism Professional: 

Een hands-on impactmaker, die met zijn voeten in de toeristische praktijk staat, met zijn hoofd het overzicht bewaart en mensen en middelen verbindt met oog voor sociale, economische en ecologische belangen in een dynamische en veranderende wereld. 

Om de ontwerpeisen te formuleren, wordt een redeneerketen gebruikt. Een redeneerketen is een uitgeschreven redenering die aangeeft waarom een interventie tot het beoogde resultaat zal leiden. De CIMO-logica is een methode die helpt om beter te begrijpen hoe en waarom bepaalde interventies werken in specifieke contexten. CIMO staat voor Context, Intervention, Mechanism, en Outcome. Deze logica is als volgt samengesteld: “In deze Context van problemen zal het gebruiken van deze Interventie(soort) deze Mechanismen triggeren, waardoor deze Opbrengsten (Outcomes) worden gerealiseerd.” (Denyer et al., 2008).

Kijkend naar de prioriteiten is bij het onderwijsontwerp in eerste instantie Constructive Alignment leidend. Hiermee bedoelen we de afstemming tussen leeruitkomsten, toetsing en leeractiviteiten. Daarom wordt er prioriteit gegeven aan de volgende punten:

  • Praktijkgerichter onderwijs in co-creatie met het werkveld
  • Betere aansluiting op de mbo 4-student
  • Focus op het aanleren van toekomstgerichte vaardigheden

Elke ontwerpeis, oftewel onderwijsaanbeveling, is volgens de CIMO-logica beschreven:

1. Praktijkgerichter onderwijs in co-creatie met het werkveld
  • Context: praktijkgericht leren is typerend voor een Associate degree. Het onderwijs vindt plaats in een omgeving waarin studenten, werkveld en docenten intensief samen werken, leren en ontwikkelen, waarbij de theorie in dienst staat van de praktijk.
  • Interventie: er worden praktijkprojecten opgezet waarin studenten echte vraagstukken vanuit het werkveld oplossen. Dit kan bijvoorbeeld door samen te werken met lokale bedrijven en organisaties.
  • Mechanismen: het onderwijs wordt ingericht op basis van Project Based Learning: studenten werken in teams aan projecten die afkomstig zijn van en relevant zijn voor het werkveld, waardoor ze leren door ervaring. Regelmatige feedbacksessies met docenten en professionals zorgen voor continue groei en verbetering: programmatisch toetsen.
  • Outcome: Studenten ontwikkelen vaardigheden die direct toepasbaar zijn in de beroepspraktijk, waardoor ze beter voorbereid de arbeidsmarkt betreden.
2. Betere aansluiting op de mbo 4-student
  • Context: Mbo 4-studenten hebben verschillende achtergronden en leerstijlen, wat vraagt om een gepersonaliseerde benadering.
  • Interventie: er wordt coaching en persoonlijke begeleiding aangeboden om studenten te helpen bij hun overgang naar hbo-onderwijs en het onderwijs wordt aangeboden middels ‘scaffolding’ om zo de zelfstandigheid steeds verder toe te laten nemen.
  • Mechanismen: Differentiatie in instructie: docenten passen hun lesmethoden aan op de leerstijlen van studenten. Mentorschap: elke student krijgt een mentor die hen gedurende hun leertraject begeleidt.
  • Outcome: mbo 4-studenten voelen zich meer ondersteund en zijn beter in staat om de overgang naar het hbo-onderwijs succesvol te maken, waardoor de tevredenheid toe en de uitval af zal nemen.
3. Focus op het aanleren van toekomstgerichte vaardigheden
  • Context: de beroepscontext voor de Ad-professional vraagt om specifieke vaardigheden, zoals communicatieve, organisatorische en probleemoplossende vaardigheden en een onderzoekende en kritische houding.
  • Interventie: het curriculum wordt ontworpen met een sterke nadruk op het ontwikkelen van deze vaardigheden op basis van leeruitkomsten, en door middel van specifieke modules en praktijkopdrachten.
  • Mechanismen: Project-based Learning: Studenten oefenen vaardigheden tijdens echte projecten voor opdrachtgevers voor echte situaties in de toerismesector. Werkplekleren/Stages: in echte werksituaties leren studenten welke houding en vaardigheden er nodig zijn voor specifieke beroepstaken.
  • Outcome: studenten ontwikkelen een breed scala aan vaardigheden die hen in staat stellen om effectief te functioneren in het toeristische werkveld.

Naast deze ontwerpeisen, blijft de gegarandeerde doorstroom naar de bachelor ook cruciaal binnen het onderwijsontwerp.

Vervolg: het herontwerp

De ontwerpeisen geven sturing aan het maken van het herontwerp, door het inbouwen van de Mechanismes. Deze instructiestrategieën leiden tot een ontwerpmodel (instructional designmodel). Omdat we voor een constructivistische leeromgeving kiezen, past daar een op activiteiten gebaseerde methode bij. Inmiddels is vanuit de leertheorie duidelijk dat het een model dient te zijn dat past bij Project-based Learning en Programmatisch toetsen. Met Backwards Design zetten we het leren centraal, door vanuit de leeruitkomsten te starten en de toetsing en leeractiviteiten daarop af te stemmen. Het ontwerpproces is door middel van de Double Diamond of Design Thinking in fases opgedeeld. De Outcomes geven richting aan de evaluatie, waardoor we iteratief toewerken naar een curriculum met constructieve afstemming, te implementeren in september ‘25! 

Literatuur

Andriessen, D., Snel, M., & Dominique Sluijsmans. (2015). Voorlopige handreiking ‘Methodisch implementeren van het Protocol Afstuderen’.

Biggs, J. (1999). What the Student Does: teaching for enhanced learning. Higher Education Research & Development, 18(1), 57–75.

Denyer, D., Tranfield, D., & van Aken, J. E. (2008). Developing Design Propositions through Research Synthesis. Organization Studies, 29(3), 393-413.

Last, B., Jongen, S. (2021). Blended Learning en onderwijsontwerp. Van theorie naar praktijk. Boom.

Lucassen, M. (2016). Projectgestuurd onderwijs: wat is het en hoe werkt het? Vernieuwenderwijs. Geraadpleegd van https://vernieuwenderwijs.nl/project-onderwijs/

Lucassen, M. (2024). Backward design: wat is het, hoe gebruik je het, en waarom? Vernieuwenderwijs.

Markus, M. (2022). Beschrijving van niveau 5. Overlegplatform Associate degrees.

Streumer, J. N. & Klink, M. R. van der (2004). Leren op de werkplek. Reed Business Information.

Valcke, M. (2010). Onderwijskunde als ontwerpwetenschap. Een inleiding voor ontwikkelaars van instructie en voor toekomstige leerkrachten. Academia Press.

Van der Stel, J., de Ruijter, M., Ribbert, A., & Redeker, D. (2021). De Leidse canon: Hoe leren studenten in het hoger beroepsonderwijs? Hogeschool Leiden.

Weber, M. (2011). Ontwerpstellingen en ontwerpprincipes. ResearchGate.