Artikelen

Leuke werkvormen, weinig leren: de activiteitenvalkuil

Leuke werkvormen, weinig leren: de activiteitenvalkuil

Op een studiedag hoor je een idee of je ziet een werkvorm en denkt meteen: “Dit ga ik morgen proberen.” Een exit-ticket, wisbordjes of een andere werkvorm. Dat is niet verkeerd, want werkvormen kunnen enorm helpen. Maar er is ook een risico, namelijk dat het een verzameling wordt van losse activiteiten, die je enthousiast uitprobeert en ondertussen niet toekomt aan het belangrijkste deel, namelijk wat je doet met de informatie die die werkvorm oplevert. Daar kun je in de activiteitenvalkuil trappen. Druk bezig zijn, zonder dat leren dichterbij komt.

Wat is de activiteitenvalkuil?

Door Steven Katz (2014) wordt de activity-trap beschreven als een onzichtbare valkuil waar docenten en teams in belanden zodra er een uitdaging op tafel ligt. De druk is hoog, je wilt iets nieuws, het moet beter en het liefst snel. En dan schieten we in scholen vaak in de actiestand. We gaan plannen, organiseren, verzamelen en uitvoeren.

Wanneer de activiteitenvalkuil toeslaat, zie je vaak drie dingen gebeuren (Katz & Dack, 2014):

  1. Het doel vervaagt: het gesprek gaat vooral over “wat gaan we doen?” en niet over “wat willen we bereiken?”
  2. Schijn van vooruitgang: er is activiteit, maar weinig zichtbare leerwinst.
  3. De belasting neemt toe: het bezig zijn met niet-strategische activiteiten kan voor een gevoel van overwerk zorgen.

Wanneer we kijken naar het didactisch handelen van ons als docenten, raakt de kern precies daar uit beeld. Want didactisch handelen gaat niet om méér doen of het inzetten van alleen maar losse activiteiten, maar om bewust kiezen wat het leren van leerlingen versterkt. Het gaat om vragen als: Wat wil ik dat leerlingen leren? Hoe weet ik waar ze staan? Wat betekent dat voor mijn volgende stap en voor de leerlingen? 

We zien deze activiteitenvalkuil op verschillende niveaus in het onderwijs terug. Wanneer we als team ergens in willen verbeteren, professionaliseren van docenten, nieuwe schoolbrede afspraken, etc. En zo dus ook op lesniveau waarbij docenten de uitdaging aangaan om lesstof op een bepaalde manier aan leerlingen over te brengen om tot leren te komen. Er worden allerlei leuke werkvormen gedaan tijdens lessen, deze activiteiten suggereren vooruitgang, maar de beoogde leeropbrengst blijft uit.

Een voorbeeld: formatief handelen

Formatief handelen is bij uitstek een onderwerp waar dit vaak bij gebeurt. Er worden werkvormen verzameld en uitgeprobeerd, maar het leren van leerlingen verandert niet wezenlijk. Formatief handelen is geen activiteit. Het is een cyclisch proces. Je verzamelt bewijs van leren, je interpreteert dat en gebruikt het om je vervolgstap te kiezen. Dit is een proces voor zowel leerlingen als docenten. Pas als de informatie leidt tot aanpassing in het leren of lesgeven, is er sprake van formatief handelen. Het gaat dus niet alleen om wat je doet, maar ook om waarom je het doet en vooral wat je vervolgens met de informatie doet die door bijvoorbeeld een werkvorm zichtbaar wordt (William, 2017). 

Je kunt dus prima een les geven met ‘formatieve werkvormen’ zonder formatief te handelen. Net zo goed als je een evaluatie kunt doen zonder dat er iets geleerd of uit meegenomen wordt (William, 2011).

“Where is your proof that what you are doing is working?” – Fullan, 2010

Hoe kun je de activiteitenvalkuil op lesniveau voor zijn?

Wil je als docent voorkomen dat jouw lessen een verzameling van losse activiteiten worden? Dan helpen deze drie vragen om scherp te blijven en niet op lesniveau in de activiteitenvalkuil te trappen (William, 2017; Katz & Dack, 2014):

1. Wat wil ik dat de activiteit oplevert?

Niet: wat gaan we doen?
Maar: wat moet het opleveren voor het leren van leerlingen?

Een activiteit heeft pas waarde als je weet waarom je hem inzet. Wat wil je dat leerlingen na afloop beter begrijpen of anders doen? Als dat doel niet scherp is, is de kans groot dat je activiteiten toevoegt die vooral energie kosten, maar weinig leren opleveren. Door het doel vooraf expliciet te maken, voorkom je dat een les een verzameling van losse werkvormen wordt.
Tip: formuleer het doel/de doelen van de activiteit: “Leerlingen begrijpen… / laten zien dat…”

2. Wat zegt de activiteit over waar leerlingen staan en het vervolg?

Een activiteit is didactisch sterk als het jou iets vertelt over het leren van leerlingen. Wat laat deze activiteit zien over waar leerlingen staan? Welke fouten, misvattingen of successen worden zichtbaar? 

Het belangrijkste is om na te denken over het vervolg. Als je niets verandert in je volgende stap (of als leerlingen hun aanpak niet aanpassen), blijft het vooral een ‘leuke werkvorm’. Deze vraag helpt om bewust te kiezen voor activiteiten die je echt verder helpen in je les en die leerlingen verder helpen in hun leren.
Tip: als je de uitkomst al weet of er niets mee gaat doen, is dit dan de beste activiteit?

3. Gebruik formatief handelen als vast onderdeel van je les

Actief ophalen van kennis is een van de krachtigste manieren om iets te leren. Door regelmatig korte quizjes, inloopopdracht of exit tickets te gebruiken train je leerlingen en studenten hierin (zonder dat er meteen een cijfer aan hangt). Ze leren de stof beter én krijgen zicht op wat ze nog niet goed beheersen. Belangrijk is dat je de uitkomsten vooral gebruikt om feedback te geven en niet om te beoordelen. Zo wordt toetsen een onderdeel van het leerproces zelf.

4. Werk samen met collega’s

Als elke docent zijn eigen adviezen geeft over leren, raken leerlingen al snel in de war. De ene zegt “maak een samenvatting”, de ander “doe oefenvragen”. Wie moeten ze volgen? Door als team afspraken te maken over effectieve leerstrategieën en daar samen consequent op in te zetten, bied je duidelijkheid en structuur. Denk bijvoorbeeld aan een gezamenlijke aanpak bij toetsvoorbereiding of een gedeelde introductie over ‘leren leren’ in de brugklas. Samen sta je sterker en leren leerlingen en studenten beter.

5. Maak gebruik van inspiratie, zoals leer.tips

Je hoeft het wiel niet zelf uit te vinden – er zijn al veel goede bronnen beschikbaar over effectief leren. Platforms zoals leer.tips bieden praktische uitleg, werkvormen en voorbeelden die je direct in je lessen kunt gebruiken. Het kan ook helpen om samen met collega’s één bron als uitgangspunt te nemen, zodat je dezelfde taal spreekt. Door regelmatig iets nieuws uit te proberen of samen te bespreken, houd je het thema ‘leren leren’ levendig en relevant – voor jezelf én voor je leerlingen.

Kies je activiteiten bewust

Werkvormen zijn waardevol. Ze kunnen het leren zichtbaar maken, energie geven en leerlingen activeren. Maar alleen als ze onderdeel zijn van een groter geheel: een doel, een vraag, een volgende stap. De volgende keer dat je een nieuw idee hoort of een werkvorm ziet waarvan je denkt: “dit ga ik morgen doen” stel dan eerst jezelf de vraag: Wat moet dit opleveren voor het leren van mijn leerlingen? Want pas als je daarop antwoord hebt, is het geen losse activiteit meer, maar didactisch handelen en daarmee voorkom je ook de “werkvorm om de werkvorm”.

Veel succes!

Literatuur

Fullan, M. (2010). All systems go: The change imperative for whole system reform. Corwin Press.

Katz, S., & Dack, L. A. (2014). Intentional interruption: Breaking down learning barriers to transform professional practice. Corwin.

William, D. (2011). What is assessment for learning? Studies in Educational Evaluation, 37(1), 3-14.

William, D. (2017). Embedded formative assessment (2nd ed.). Solution Tree Press.