Artikelen

Boven je methode staan: waar te beginnen?

Boven je methode staan: waar te beginnen?

Voor veel docenten in het voortgezet onderwijs is de methode een fijn hulpmiddel dat houvast en structuur biedt. De volgorde van het boek geeft richting, hoofdstuktoetsen markeren de voortgang en de planning bepaalt wat wel en niet aan bod komt. Echter, lesmethodes in het VO zijn vaak bewust overladen met inhoud, wat ervoor zorgt dat je als docent bezig bent met het voltooien van de planning in plaats van het maken van doordachte keuzes in je curriculum. Hierdoor ontstaat al snel de valkuil van ‘inhoud afvinken’ (Wiggins & McTighe, 1999), waarbij je in beperkte tijd zoveel mogelijk stof behandelt. Het risico hiervan is dat leerlingen de kern niet echt doorgronden. Aandacht verschuift daardoor naar vragen als: “krijgen we de stof af?” en “past dit nog in de planning?”. En de vraag “waar werken we naartoe?” verdwijnt naar de achtergrond. Juist daarom is het maken van doordachte keuzes in het curriculum essentieel.

Wat verstaan we onder het curriculum?

Een curriculum is meer dan een planning van lessen, hoofdstukken of thema’s. Het is een samenhangend geheel van:

  • Doelen: wat leerlingen moeten kennen en kunnen.
  • Toetsing: hoe het leren van leerlingen zichtbaar wordt gemaakt.
  • Leeractiviteiten: het creëren van rijke leerervaringen waarmee we de gewenste leerresultaten behalen.

Constructieve afstemming helpt om het curriculum werkbaar te maken. Het principe van constructieve afstemming stelt dat de toetsing en de leeractiviteiten altijd gericht moeten zijn op de leerdoelen (Biggs & Tang, 2011). Als sectie maak je dus expliciet welke doelen centraal staan, hoe leerlingen die ontwikkeling laten zien (toetsing) en welke leeractiviteiten daarbij passen. Daardoor ontstaat samenhang en wordt het makkelijker om bewust te kiezen wat je uit de methode gebruikt, aanpast of aanvult.

Boven je methode staan begint hier:

Met de methode bedoelen we in dit artikel de lesmethode die als leidraad dient voor docenten. Vaak uitgegeven door een uitgeverij, soms zelf gemaakt. De inhoud van het boek, de volgorde van onderwerpen, de bijbehorende opdrachten en toetsing zijn onderdelen die daarin centraal staan. Wie losser wil komen van de methode, kan niet om het curriculum heen. Zolang onduidelijk is waar je met leerlingen naartoe werkt en welke keuzes daarin gemaakt zijn, is het lastig om doordachte keuzes te maken in de methode. Het is daarom van belang om het curriculumbewustzijn te vergroten en samen met je team erachter te komen waarom jullie de dingen doen die jullie doen. Het maken van keuzes is hier altijd aan verbonden. Daarnaast is het ook belangrijk om af te vragen waarom deze keuzes zijn gemaakt. Boven je methode staan begint daarom niet bij het schrappen van hoofdstukken, maar bij het expliciet maken van het curriculum. Hieronder twee aandachtspunten die helpen bij het maken van een start.

1. Kerndoelen en eindtermen als vertrekpunt

Een belangrijke ontwikkeling zijn de geactualiseerde kerndoelen. Kerndoelen geven duidelijke kaders, maar scholen en docenten hebben tegelijkertijd ruimte om hier een eigen invulling aan te geven. De ontwikkelingen rondom methodes zijn in volle gang, maar op dit moment zijn ze nog niet aangesloten op de geactualiseerde kerndoelen. De uitgelezen kans om goed naar je curriculum te gaan kijken en dus keuzes te maken in doelen, opbouw, toetsing en leeractiviteiten. Door de kerndoelen expliciet te gebruiken als startpunt binnen de sectie, ontstaat helderheid over wat wettelijk is. Van daaruit kun je het huidige curriculum tegen het licht houden. 

2. Vakvisie als kompas

Een gedeelde vakvisie kan ook als hulpmiddel gebruikt worden om je vak meer kleur te geven. Een vakvisie gaat over wat je als sectie belangrijk vindt, op welke vlakken jullie als sectie de leerlingen willen laten groeien en welke onderdelen bewust minder aandacht krijgen. Een methode is ontworpen voor algemeen gebruik. Door middel van je vakvisie kan er gekeken worden naar welke onderdelen jullie als sectie meer aandacht willen geven, ook al legt de methode daar amper of juist heel veel nadruk op.

De Karakteristiek van een leergebied (te vinden in de geactualiseerde kerndoelen documenten van SLO) kan dienen als startpunt om jullie vakvisie verder aan te scherpen. Hierin staat in de kern beschreven waar het leergebied over gaat en wat de essentie ervan is. Dit helpt vaksecties om het gesprek over vakvisie en de bijbehorende curriculumkeuzes gericht te voeren.

Afbeelding 1: Vakvisie & kerndoelen

Bewuste keuzes in het gebruik van de methode

Bovenstaande stappen zetten betekent niet dat je de methode meteen loslaat. Het betekent vooral dat je de rol van de methode verandert. De methode is niet langer het uitgangspunt dat bepaalt wat je doet en wanneer, maar een hulpmiddel dat je inzet wanneer het past bij jullie curriculum. Als je als sectie scherp hebt waar je naartoe werkt (doelen) en wat jullie belangrijk vinden (vakvisie), kun je veel gerichter kijken naar wat de methode je oplevert. Sommige onderdelen sluiten goed aan en kun je prima gebruiken. Andere onderdelen vragen om aanpassing, aanvulling of kunnen juist wegvallen omdat ze minder bijdragen aan wat jullie leerlingen moeten leren.

Boven de methode staan vraagt dus om expliciete keuzes binnen de sectie. Vragen die daarbij helpen zijn bijvoorbeeld:

  • Waar vraagt het curriculum om iets anders: aanvullen, schrappen of zelf ontwerpen?
  • Waar ondersteunt de methode onze leerdoelen?
  • Waar ondersteunt de methode onze vakvisie?

MVT als voorbeeld: meer dan grammatica en woordenschat

In veel methodes voor moderne vreemde talen worden woordenschat en grammatica hoofdstuk voor hoofdstuk aangeboden en getoetst. Aan het eind van elk hoofdstuk volgt een toets waarin leerlingen laten zien of zij de aangeboden woorden kennen en de grammatica regels kunnen toepassen. De stof is behandeld en dus wordt deze getoetst, dit maakt het logisch en overzichtelijk. Tegelijkertijd schuilt hierin een risico, als woordenschat en grammatica vooral onderdelen worden om af te vinken, ben je als docent vooral bezig met de vraag of je alles uit het hoofdstuk al behandeld hebt. Daarmee wordt de methode leidend en voelt het lesprogramma al snel als een marathon, zeker bij een bewust overladen methode.

Andere keuzes

Voor moderne vreemde talen betekent boven je methode staan dat je start bij wat leerlingen nodig hebben om een taal te beheersen: lezen, luisteren, spreken en schrijven. Woordenschat en grammatica worden dan ingezet als hulpmiddelen om dat mogelijk te maken. Dat vraagt in de praktijk vaak om andere keuzes in hoe je plant, oefent en toetst. Een aantal voorbeelden hiervan zijn hieronder beschreven:

  • Hoofdstukken combineren of overslaan zodat je meer ruimte maakt voor betekenisvol oefenen met lezen, luisteren, spreken en schrijven.
  • Toetsen aanpassen zodat leerlingen laten zien wat ze in het taalgebruik kunnen. Bijvoorbeeld via een spreek-, schrijf- of luisteropdracht die past bij de leerdoelen die je als sectie prioriteit hebt gegeven.
  • Een andere volgorde kiezen door eerst te starten vanuit een communicatieve taak of vanuit een thema. Woordenschat en grammatica pas later inzetten wanneer deze onderdelen nodig zijn.
  • Extra context of praktijk toevoegen met rijke input en echte situaties. Zoals video’s, podcasts, nieuws of gesprekken, waarin leerlingen taal functioneel gebruiken.

Al met al vraagt boven je methode staan dus niet om meer werk, maar om scherpere keuzes. Door kerndoelen en eindtermen als basis in te zetten en een gedeelde vakvisie als kompas te gebruiken, ontstaat er ruimte om het curriculum bewust vorm te geven. Op deze manier komt de focus op de vraag “wat willen we dat leerlingen echt leren?” en kan de methode daarvoor gebruikt worden als hulpmiddel.

Meer weten?

Bekijk dan onze kerndoelen pagina, het overzicht van alle nieuwe kerndoelen op allekerndoelen.nl, onze curriculum ontwerptool Curriculum Playground of onze toolbox Curriculumontwerp.

Of luister naar de podcast van De Wijsneuzen 👇🏻